Herinrichting organisatiestructuur LVO

5 april 2019

Het College van Bestuur van LVO heeft het voorgenomen besluit genomen om de organisatiestructuur van LVO te wijzigen. Kort gezegd houdt het voorgenomen besluit in dat we gefaseerd toewerken naar een organisatie waar sterke, eigenstandige scholen centraal staan onder leiding van rectoren/directeuren die rechtstreeks aangestuurd worden door het CvB. Het besluit is pas definitief als de GMR hiermee instemt. Momenteel ligt het voorgenomen besluit voor bij de GMR. De Raad van Toezicht heeft hier inmiddels goedkeuring voor gegeven. Uiterlijk begin juni 2019 zal er meer duidelijkheid zijn.

Waarom is het gewenst dat de organisatiestructuur anders wordt ingericht?

De wens om te werken naar meer zelfstandige scholen bestaat al langer en is vaker onderwerp van gesprek geweest op LVO-niveau. Zo is er sinds het voorjaar van 2018 op niveaus van RvT, CvB en directies gesproken over de wenselijkheid van een aanpassing van de organisatie (minder lagen, efficiënte en effectieve processen, verbetering van het besturingsmodel). De GMR heeft ook gesproken over de doorontwikkeling van de organisatie (o.a. kortere lijnen, rechtstreeks contact bestuur met school, sterkere rol scholen op het gebied van onderwijs, etc.). Dit proces is in een stroomversnelling gekomen door het Inspectierapport Bestuurlijk handelen van december 2018. Onze opdracht is om kwaliteitszorg en –cultuur op orde te brengen binnen LVO. Daarvoor is nodig dat het CvB dichter bij de scholen komt te staan. Door het wijzigen van de organisatiestructuur komen we tegemoet aan onze eigen organisatorische voorkeuren: kortere lijnen en sterkere rollen voor de scholen. Bovendien scheppen we voorwaarden die nodig zijn om aan de opdracht van de inspectie te kunnen voldoen. De huidige clusterstructuur past hier niet meer bij.

Gaat de hele organisatie op de schop? Nee, maar de besturing en de managementlagen worden wel gewijzigd. Hoe?

De zes clusters worden teruggebracht naar drie regio’s:

  • regio Zuidwest wordt gevormd door Terra Nigra, Sint-Maartenscollege, Porta Mosana College, Bonnefanten College, VMBO Maastricht, Bernard Lievegoed School en Stella Maris College;
  • regio Zuidoost wordt gevormd door Graaf Huyn College, Groenewald, Broeklandcollege, Emmacollege, Grotiuscollege, Romboutscollege, Sint-Janscollege, Vrijeschool Parkstad en Sophianum;
  • regio Noord wordt gevormd door Het Bouwens, Dendron College, Raayland College, BRAVO! College Cranendonck, Het College, Het Kwadrant en Philips van Horne.

In elke regio zal tijdelijk één regiodirecteur worden benoemd voor de periode van 1 augustus 2019 tot uiterlijk 1 augustus 2021. Deze zal fungeren als verandermanager en daarnaast zal de regiodirecteur de taken van de centrale directie uitoefenen – waaronder het leidinggeven aan de locatiedirecteuren binnen zijn regio. Er komen geen directieleden bij: de functies van voorzitter en lid Centrale Directie komen formeel te vervallen. De tijdelijke regiodirecteuren worden in principe geworven uit de huidige Centrale Directies.

Daarnaast wordt voor diezelfde periode een tijdelijke Programmamanager Masterplan Maastricht aangesteld. De Maastrichtse scholen zitten in een complexe transitie naar nieuwe samenstellingen van scholen en vernieuwing van het onderwijs. Om deze transitie in goede banen te leiden, acht het College van Bestuur het noodzakelijk een Programmamanager aan te stellen, die ook wordt geworven uit de huidige Centrale Directies.

Bij sterke eigenstandige scholen horen stevige rectoren/directeuren. De huidige functie van locatiedirecteur wordt herzien; een ander functieprofiel komt hieruit voort. Dit houdt in dat de huidige locatiedirecteuren zoveel mogelijk, rekening houdend met de competenties, als rector/directeur geplaatst worden. Hierbij kan een assessment tot de mogelijkheden behoren. Formeel vervalt ‘locatiedirecteur’ als functie.

De functie van teamleider wordt mogelijk op termijn herzien. Onderzocht wordt of er aanpassingen nodig zijn in deze functie in relatie tot de nieuwe functie van rector/directeur.

De continuïteit op de scholen borgen is van uiterst belang en hier wordt zorgvuldig naar gehandeld. Zoveel mogelijk directieleden worden intern geplaatst. Indien interne plaatsing niet mogelijk blijkt, worden er nadere individuele afspraken gemaakt met de betrokkene.

Wat is de planning van de gefaseerde herinrichting van de organisatiestructuur?

  • De herinrichting start per 1 augustus 2019 als de regio’s worden gevormd en de drie regiodirecteuren zijn benoemd. De functie van Centrale Directie vervalt daarmee per 1 augustus 2019.
  • Met ingang van 1 september 2020 (of zoveel eerder als mogelijk) moet er een nieuwe directiestructuur zijn, waarbij elke school rechtstreeks wordt aangestuurd door een rector/directeur. De regiodirecteur vervult vanaf dat moment niet langer meer de rol van leidinggevende. Afhankelijk van de situatie kan de regiodirecteur dan eventueel nog enige tijd (maar uiterlijk tot 1 augustus 2021) een coachende/begeleidende rol vervullen ten aanzien van de nieuwe schooldirecties in de betreffende regio. Het is aan het College van Bestuur om vast te stellen of de nieuwe schooldirecties nog ondersteuning behoeven door de regiodirecteur.
  • De regio-indeling vervalt tenslotte: de scholen hebben een directe lijn met het College van Bestuur.

 

Wat merken medewerkers hiervan?

De herinrichting van de organisatiestructuur is in eerste instantie merkbaar in de directielagen. Medewerkers op school of bij één van de servicepunten krijgen gedurende het proces in meer of mindere mate te maken met de veranderingen. Mogelijk krijg je te maken met een nieuwe (direct) leidinggevende. Wat dit concreet betekent, wordt de komende periode nader uitgewerkt. Meer informatie volgt zodra er meer duidelijkheid is.

< Terug naar nieuwsoverzicht