Terra Nigra: praktijkonderwijs dat leeft

21 juni 2016

Waar vmbo, havo en vwo tot de verbeelding spreekt kunnen velen zich geen voorstelling maken van het praktijkonderwijs. Peter-Paul Truijen, directeur van praktijkschool Terra Nigra, zet ‘zijn’ school graag op de kaart. “De missie van onze school is ‘Duidelijkheid voor iedereen’. We willen die duidelijkheid graag ook bieden voor alle mensen buiten onze school”. Daarom: een kijkje in de keuken van Terra Nigra in Maastricht. Jasmijn Mulkens, zelf docent Nederlands, brengt verslag.

Maandagochtend 8.30 uur. De schoolbel gaat. Docent Sanne van Weersch zit nog maar net op haar stoel of er heeft zich een groepje leerlingen gevormd voor haar bureau. “Juf, ik heb een nieuwe iPhone, vet hè?”. De één wil graag haar nieuwe telefoon laten zien, terwijl een ander een formulier in Sannes handen drukt. “Juffrouw, kijk wat ik dit weekend heb gedaan”, zegt een derde terwijl ze een foto op haar gsm laat zien. Sanne laat de leerlingen even uitrazen, maar stuurt ze dan naar hun plek. Tijd om even bij te praten.

Aandacht voor de leerling

Van 8.30 tot 9.00 uur staat voor alle klassen PMU (Pick Me Up) op het rooster. In dit half uur wordt de dag door besproken, eventuele problemen opgepakt en blijft er ruimte over voor stil lezen. “We kunnen de dag even rustig beginnen. Dat werkt heel fijn”, licht Sanne toe. Sanne is mentor van klas 1C. Vorige week hebben haar leerlingen hun eerste ‘stagedag’ gehad. In de eerste fase lopen leerlingen al eens een dagje mee bij het werk van hun moeder of een oudere zus. Daar krijgen ze een eerste indruk van het werkveld. De reacties in de klas zijn divers: “Ik moest om haf 6 opstaan”, “De hele dag afwassen was best saai” en “Ik vond het leuk om met kinderen te werken.” Leerlingen delen hun ervaringen met elkaar tijdens een soort kringgesprek. Alle leerlingen komen aan de beurt en leren zo om hun positieve ervaringen te delen, maar ook de minder leuke dingen onder woorden te brengen. In een klas van elf leerlingen als 1C, is persoonlijke aandacht vanzelfsprekend. Die aandacht is een belangrijk speerpunt volgens teamleider Belinda Westera. “We hebben aandacht voor elke individuele leerling”, legt Belinda uit. Dat aspect komt iedere les naar voren. Zo ook tijdens de les Verzorging in een combinatieklas. Twee meiden uit de klas zijn die dag met de Ramadan begonnen en docent Sasha Senten bespreekt dit onderwerp uitgebreid aan het begin van de les. 

Geduld

Terra Nigra is met  203 leerlingen een compacte school. Een greep uit de theorievakken levert herkenbare maar ook minder bekende vakken op: Nederlands, Engels, wiskunde/rekenen, sociale vaardigheden, handel, communicatie en verkeer. In de praktijklokalen krijgen leerlingen onder andere: wonen, textiel, horeca, metaalbewerking, houtbewerking en groen. Daarnaast zijn stages een belangrijk onderdeel van de praktijkschool. Dichter bij de praktijk kom je immers niet. De meeste ‘meesters en juffen’ (zo worden ze aangesproken) geven meerdere theorievakken. De docenten aan het Terra Nigra delen allemaal een belangrijke eigenschap: geduld. “Ons docententeam bestaat uit heel goede didactici”, licht Belinda toe. “Wie les geeft op een praktijkschool moet, naast het overbrengen van vakkennis, deskundig kunnen omgaan met de sociaal-emotionele problematieken van het kind. Aanpassingsvermogen en flexibiliteit zijn daarbij een must”.

Differentiëren

Differentiatie is een veelgebruikte term in het onderwijs dat bij sommige docenten het zweet doet uitbreken. Differentiëren blijkt namelijk vaak een moeilijke opgave in een volle klas. De docenten van Terra Nigra passen het dagelijks toe. Ze moeten wel, want op de praktijkschool worden de klassen niet ingedeeld op basis van niveau. Daardoor moeten docenten inspelen op de grote niveauverschillen in de klassen. Belinda: “Onze uitdaging is om leerlingen wel individueel te laten werken, maar met begeleiding van een docent”. Om te voorkomen dat leerlingen alleen maar met hun eigen boek aan de slag gaan, werken veel docenten met de carrousel werkvorm. Hierbij wordt de klas opgedeeld in groepjes met verschillende werkvormen en worden leerlingen met een vergelijkbaar niveau bij elkaar gezet. Elke groep start bij een onderdeel uit de carrousel. Na een bepaalde tijd draaien de groepen door. Deze werkvorm biedt de mogelijkheid om leerlingen persoonlijk instructies te geven maar later ook te helpen bij het uitvoeren van de opdracht. “Op deze manier staat de docent dichtbij het kind, zonder frontaal les te geven. Dit geeft de les meer kwaliteit”, benadrukt Belinda. Naast de niveaus, laat de praktijkschool ook de reguliere leerjaren los. De vijfjarige schooltijd is opgebouwd uit drie verschillende fases. Fase 1 is vergelijkbaar met het eerste jaar op een reguliere middelbare school. Er wordt in deze beginfase een basis gelegd voor de theorie- en praktijkvakken. Fase 2 is gericht op het uitbreiden van de basisvaardigheden op basis van de passie van het kind. Leerlingen maken in deze periode al kennis met stage en werk. De laatste fase kent drie uitstromen: arbeid, dagbesteding en scholing. De eerste twee bereiden de leerling voor op de (sociale) arbeidsmarkt. De uitstroom ‘scholing’ is gericht op een vervolgopleiding aan het mbo.

Structuur en duidelijkheid

Hoewel praktijk- en theorielessen zich afwisselen, delen de lessen dezelfde structuur. Die structuur wordt aan het begin van de les visueel gemaakt op het bord, zodat leerlingen precies weten wat ze de komende 50 minuten kunnen verwachten. Docenten werken de complete instructie uit met magneetbordjes als hulpmiddel. Elke les verschijnen de volgende vragen op het bord: Wat gaan we doen? Hoe gaan we dat doen? Hoe beoordeeld? Hoe lang? Welke hulp? Klaar, wat dan? “De aangeboden opdrachten moeten behapbaar zijn voor de leerlingen”, legt Belinda uit. Naast structuur, staan aandacht en duidelijkheid hoog in het vaandel op het Terra Nigra. “Ik denk dat elke leerling, op welk niveau ook, hier behoefte aan heeft”. Belinda spreekt over de ‘liefdevolle duidelijkheid’. “We hebben aandacht voor de leerling als persoon. Onze leerlingen hebben vaak al heel wat meegemaakt of komen uit een moeilijke thuissituatie. Docenten zijn op de hoogte van de situatie van ieder kind, maar kunnen hier ook afstand van te nemen”.

Trots

Wie door de school loopt, ziet overal leerlingen die bezig zijn. In het naaiatelier werken een paar meiden aan zelfgemaakte kussens en iPadhoezen; even verderop oefent een leerling met ‘haarverzorging’ en maakt vlechten in het haar van een kappop en buiten onderhoudt een groep jongens het perk in kader van praktijkvak ‘groen’. De praktijkschool leeft. Directeur Peter-Paul Truijen noemt de doelstelling van het Terra Nigra: “We willen leerlingen toeleiden naar dagbesteding, arbeid of scholing. Daarnaast bereiden we de leerling voor op een stuk zelfstandigheid bij wonen, burgerschap en vrije tijdsbesteding”. ‘Toeleiden’ is een bewust gekozen term. De school wijkt immers af van regulier middelbaar onderwijs, aangezien zij niet opleiden met een diploma als einddoel. Toch zijn er papieren te behalen bij het Terra Nigra. Zo ontvangen leerlingen die hun lascursus succesvol afsluiten een officieel lasdiploma. Bij andere vakken kunnen ook certificaten behaald worden, zoals: SVA, VCA en kassatraining. “Veel leerlingen komen hier binnen met een leerachterstand. Het is mooi om te zien dat die leerlingen groeien en een gevoel van eigenwaarde krijgen”, vertelt Belinda. “Het behalen van zo’n diploma of certificaat is een echte overwinning voor een leerling. Dat maakt ons trots”.

< Terug naar nieuwsoverzicht