We mogen trots zijn op ons VMBO

7 januari 2015

Het vmbo-onderwijs werd vijftien jaar geleden ingevoerd. Onderwijs op A-, B-, C- en D-niveau verdween, in plaats daarvan kwamen er leerwegen en profielen. Een verandering die niet zonder slag of stoot is gegaan, maar die wel goed is geweest, vinden Marlies Scheres van het Citaverde College en Gérard Bruijsten van het Dendron College.

Vijftien jaar geleden kreeg een deel van het middelbaar onderwijs een andere invulling. Mavo en vbo gingen op in het vmbo. Er kwamen vier leerwegen: een basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte, gemengde en theoretische leerweg. De eerste richt zich vooral op het praktijkgericht onderwijs en de laatste op theorie. Die verandering was niet een kwestie van alleen de bordjes verhangen, zegt Gérard Bruijsten, teamleider vmbo van het Dendron College. “Inhoudelijk is er veel veranderd. Zo wordt er nu vooral gekeken naar de vaardigheden van een leerling.” “We gaan uit van wat een kind kan’”, vult Marlies Scheres, adjunct-directeur vmbo van het Citaverde College, aan. “Leerlingen met een vmbo-diploma zijn heel praktisch en zelfstandig. Wist je dat zestig tot zeventig procent van de bevolking een vmbo-diploma heeft? En toch, als je de term vmbo op internet opzoekt, kom je alleen maar negatieve verhalen tegen. Maar dat slechte imago van het vmbo is onzin.”

“Er zijn ouders die de basisschool onder druk zetten om toch maar een havo-advies te geven,” zegt Bruijsten. “Ik vind: ga voor het kind en niet voor je imago.” “Het merendeel van de kinderen wil gewoon leren”, stelt Scheres. “Door die tien procent die dit niet wil, komt er meteen zo’n negatief etiket op het vmbo-onderwijs. In het vmbo werken docenten die hart hebben voor hun leerlingen. Naast het aanleren van hun vak gaan ze er voor om de leerling het beste uit zichzelf te laten halen.” “Het vmbo kent veel hele goede docenten”, beaamt Bruijsten.

 Met ingang van het schooljaar 2016-2017 maakt het vmbo een nieuwe ontwikkeling door, waarbij de nadruk nog meer op (beroeps-)vaardigheden komt te liggen. Met deze opzet sluit het vmbo beter aan op het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. De overheid wil daarnaast dat het voortgezet onderwijs meer gaan samenwerken. In het Regionaal Samenwerkingsverband tussen de vmbo-scholen in Horst aan de Maas, Venlo, Venray en Panningen gebeurt dit al. “Allemaal streven we hetzelfde na: passend onderwijs bieden op een leerplek dicht bij huis zodat we de leerlingen kunnen voorbereiden op de maatschappij”, zegt Scheres. “Daarnaast zijn we een samenwerking aangegaan met Dynamiek Scholengroep. We merken namelijk dat ook op de basisscholen nog veel onduidelijkheid is over wat het vmbo nu precies inhoudt.” Zo kent het Dendron al langer de zogenoemde Doe-dagen waarbij leerlingen van de basisschool kennismaken met het vmbo. Ook vinden er uitwisselingen plaats tussen docenten van -basisscholen en voortgezet onderwijs. Scheres: “Daarnaast is er een samenwerking met bedrijven in de regio Horst. Met de Industriële Club Horst wordt een concreet plan opgesteld waarin niet alleen onze leerlingen leren, maar ook onze docenten in de bedrijven en de bedrijven meer in de school komen.”

Het Dendron College telt momenteel zo’n duizend leerlingen op het vmbo. Daarvan zijn er 125 afkomstig uit de regio Venray. Bruijsten: “Zij kiezen bewust voor het vmbo in Horst. Het vmbo-onderwijs op onze scholen heeft een hele goede naam in de regio. We besteden veel aandacht aan een goede voorbereiding op het vervolgonderwijs. Er wordt weinig van opleiding geswitcht.” “Ik denk dat we er trots op mogen zijn dat we een vmbo-school zijn”, haakt Scheres daar op in. “En als wij trots zijn, dan kunnen de leerlingen dat ook zijn.” 
 

Bron: Hallo Horst aan de Maas

< Terug naar nieuwsoverzicht